Hi, ik ben Mariska

Gezondheid is niet zwart-wit, en klachten ontstaan nooit zomaar. Daarom kijk ik verder dan alleen de symptomen. Ik help je om de oorzaak van je klachten te achterhalen en aan te pakken, op een manier die bij jou past. Samen werken we toe naar meer energie, minder pijn en een leefstijl die vol te houden is.

Waarom afvallen niet altijd draait om minder eten en meer bewegen

Veel mensen die willen afvallen krijgen steeds hetzelfde advies: eet minder, beweeg meer en heb vooral genoeg discipline. Maar wat als je alles al probeert en de weegschaal nauwelijks beweegt?

In mijn praktijk zie ik regelmatig mensen die gezond eten, voldoende bewegen en toch moeite hebben om gewicht te verliezen. Steeds vaker blijkt dat de oorzaak niet ligt in een gebrek aan wilskracht, maar in de manier waarop het lichaam stress verwerkt, hormonen afvoert en signalen tussen cellen doorgeeft.

Genetische variaties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Wanneer bepaalde processen minder efficiënt verlopen, houdt het lichaam vast aan vetreserves, zelfs wanneer iemand alle bekende adviezen opvolgt.

Hieronder bespreek ik drie genetische factoren die een grote invloed kunnen hebben op gewichtsverlies.

  1. Een trage COMT-variant: wanneer stress vetverlies blokkeert

Het COMT-gen speelt een belangrijke rol bij de afbraak van stresshormonen zoals adrenaline, noradrenaline en dopamine.

Bij mensen met een tragere COMT-variant worden deze stoffen minder efficiënt afgebroken. Hierdoor blijft het lichaam langer in een staat van verhoogde alertheid. Ook wanneer er geen directe stressor aanwezig is, blijft het zenuwstelsel als het ware “aan” staan.

Het gevolg?

Het lichaam ervaart onvoldoende veiligheid om opgeslagen vetreserves vrij te geven. In deze situatie kunnen extra sporten, streng diëten of langdurig vasten juist averechts werken. Deze strategieën verhogen namelijk de stressbelasting nog verder.

Voor mensen met een tragere COMT-variant ligt de sleutel vaak niet in harder werken, maar juist in het ondersteunen van herstel, ontspanning en het zenuwstelsel.

  1. PEMT-varianten en een verminderde galstroom

Een tweede genetisch patroon dat ik regelmatig tegenkom, betreft variaties in het PEMT-gen.

Dit gen is betrokken bij de aanmaak van fosfatidylcholine, een belangrijke bouwstof voor celmembranen én voor een gezonde galproductie. Mensen met PEMT-varianten hebben vaak een hogere behoefte aan choline en fosfatidylcholine.

Gal speelt een essentiële rol bij:

  • de vertering van vetten;
  • de afvoer van overtollige hormonen;
  • het verwijderen van afvalstoffen;
  • het ondersteunen van een gezonde stofwisseling.

Wanneer de galstroom vertraagd raakt, kunnen oestrogenen, ontstekingsstoffen en andere afvalproducten opnieuw in de circulatie terechtkomen. Hierdoor ontstaat een situatie waarin het lichaam vet blijft vasthouden.

Dit zien we vaak bij vrouwen met hormonaal gewicht: ze eten gezond, bewegen voldoende en toch lukt afvallen nauwelijks.

Zodra de galstroom beter wordt ondersteund en het lichaam efficiënter kan ontgiften, ontstaat er vaak meer ruimte voor natuurlijk gewichtsverlies.

  1. FADS-varianten en verstoorde celsignalering

De derde factor speelt zich af op cellulair niveau.

Bij mensen met bepaalde FADS-varianten en genetische aanleg voor verhoogde oxidatieve stress zien we regelmatig een verminderde kwaliteit van de celmembranen.

Celmembranen zijn veel meer dan een beschermlaag. Ze functioneren als communicatiecentra die signalen van hormonen ontvangen en doorgeven.

Wanneer membranen ontstoken raken of onvoldoende gezonde fosfolipiden bevatten, kunnen belangrijke signalen minder goed worden geregistreerd.

Hierdoor kunnen onder andere:

  • insuline minder effectief werken;
  • schildklierhormonen minder goed worden ontvangen;
  • vetverbranding vertragen;
  • energieniveaus dalen.

Het lichaam krijgt simpelweg niet het signaal dat het veilig is om opgeslagen energie vrij te geven.

Dit verklaart waarom sommige mensen tekenen van insulineresistentie ontwikkelen terwijl hun voedingspatroon relatief gezond is.

Gewichtsverlies als gevolg van herstel

Wanneer we kijken naar gewichtsverlies vanuit de functionele geneeskunde, verschuift de focus van calorieën naar fysiologie.

Als:

  • stresshormonen beter worden verwerkt;
  • de galstroom optimaal functioneert;
  • celmembranen worden ondersteund;

dan hoeft het lichaam niet langer vast te houden aan vetreserves.

Gewichtsverlies wordt dan geen voortdurende strijd tegen het lichaam, maar een natuurlijke reactie van een systeem dat weer in balans komt.

De vraag is daarom niet altijd: “Hoe kan ik minder eten?”

Vaak is de belangrijkere vraag:

“Welke processen in mijn lichaam verhinderen dat ik vet kan loslaten?”

Juist daar ligt vaak de sleutel tot duurzaam gewichtsverlies.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *